Historiek‎ > ‎

Lees wat Bioforum schrijft...

IJsbar René in De Haan

Peter Pattyn van IJsbar René in De Haan:
“Mensen belangrijker dan winstcijfers” 

“Als je kiest voor bio, mag je niet blijven steken bij biologische groenten en fruit”, het is het levensmotto van Peter Pattyn. Samen met zijn vrouw Anne maakt hij ijs van biologische geitenmelk. Van een buitenbeentje in ijslekkerland gesproken. 
 

Je zaak heet René, jij heet Peter. Dat geeft toch aanleiding tot misverstanden?
Peter Pattyn: “IJs René bestaat al van vlak na de tweede wereldoorlog. René maakte er een erezaak van om ijs te bereiden met natuurlijke en kwaliteitsvolle ingrediënten. Ik nam de zaak om die reden van hem over, en behield daarom ook de naam. Dat sommige klanten me René noemen, neem ik er graag bij.” 

Vijf jaar geleden schakelde je over op bio. Waarom?
“Ik wou net als René gezond en natuurlijk ijs produceren, maar wou nog een stap verdergaan. Ik ging op zoek naar biomelk en kwam in contact met Renaat Devreese, een biogeitenboer uit Klemskerke, een deelgemeente van De Haan. Hij daagde me uit om geitenmelk te gebruiken. Dat is me gelukt. Zo belandde ik verder in de biowereld en bleef er ‘plakken’.” 

Je maakt je ijs op een artisanale manier?
“Het heeft te maken met wat Anne en ik van de leefwereld rond ons willen maken. Wij willen alles zelf in handen hebben en niet afhankelijk zijn van de industrie. Daar staan winstmarges centraal. Bij ons staat de mens centraal. Verkoopcijfers zijn natuurlijk belangrijk, maar het is niet onze voornaamste drijfveer om bioijs te maken.” 

‘Klein maar fijn’ heeft ook nog andere voordelen?
“Doordat we een klein bedrijf zijn, kunnen we inspelen op de vraag van de klant. Er zijn mensen die geen riet- of bietsuiker verteren, voor hen vervangen we de sacharose door fructose. In de industrie moet je een hele keten veranderen om dit geregeld te krijgen. Bij ons is dat heel eenvoudig.” 

Hoe is jullie verkoop georganiseerd?
“In de zomer verkopen jobstudenten ons ijs in een ijshuisje, voor de West-Vlamingen een ‘crèmekot’. Daarnaast verkopen we het hele jaar door aan restaurants en traiteurs, al dan niet bio. Een derde kanaal is de verkoop in biowinkels en biohoevewinkels. Ten slotte verkopen we ook op activiteiten van verenigingen, zoals schoolfeesten, open deurdagen op bioboerderijen en familiefeest. We hebben een heel oude ijskar waarmee we naar de feesten trekken. Dat is een attractie op zich.” 

Je bent nu tien jaar bezig. Waren er pieken en dalen?
“De dalen hangen samen met twee crisissen in de landbouwwereld. In ’99 schakelden we over op biomelk, enkele maanden later brak de dioxinecrisis uit. De vraag naar ons ijs was groot, maar we konden niet aan onze eierdooiers en melk geraken. Een valse start als het ware.
Een tweede moeilijke periode was toen in 2001 mond- en klauwzeer (mkz) uitbrak. Bij onze geitenboer werden alle dieren afgemaakt. Het duurde bijna een jaar voor alles weer in de plooi viel. We kochten tijdelijk melk bij een Oost-Vlaamse geitenboer. Een moeilijke periode, en toch hou ik er aangename herinneringen aan over. Ik heb toen gevoeld dat de biowereld een wereld is van mensen die elkaar kennen en helpen.” 

Terwijl in de ijslekkernijwereld van de grote firma’s alleen het imago en de prijs tellen?
“Zo kun je het stellen. Als ze er een chemische stabilisator kunnen instoppen of een hoofdingrediënt vervangen door een goedkoper product, doen ze het, want dan kunnen ze de prijs laten zakken. Met ons ijs gaan we daar tegenin. Mensen appreciëren onze manier van werken en vinden ons ijs lekker. Dat is voor mij de reden om bioijs te blijven maken.” 

Hoe zie je de toekomst van IJs René?
“Ik hoop op een ruimer aanbod van grondstoffen, zodat ik een groter assortiment kan aanbieden. We hebben nu drie smaken: chocolade, vanille en aardbeien. Ik zou graag ook mokkaijs maken, maar dan moet ik biologische nescafé vinden. Ik ben ook op zoek naar biologische notenpasta’s, voor bijvoorbeeld pistacheijs. 
Ik wil ook de verkoop aan restaurants en winkels verder uitbouwen, zodat we niet al te afhankelijk zijn van de zomerpiek. Ook bij minder warm weer zijn onze ijsjes best te versmaden. Wie ons ijs al geproefd heeft, zal dit zeker beamen.”